Trainen is voor talentlozen
Hoe een verbouwing, een tienerdochter en een voortent van veertig graden mijn zomervoorsprong opaten — en wat er toch overbleef
Het dartseizoen is weer begonnen. De vakantie is voorbij.
Traditioneel ligt het laagseizoen van het darten in de zomer. Bijna twee maanden lang gunt iedereen zijn pijlen rust. En al jaren doe ik daar stiekem mijn voordeel mee. Want ik ben zo verzot op dat spelletje dat ik ook in de vakantie gewoon blijf gooien.
“Trainen en ingooien is voor talentlozen.”
Die zin hoor ik met enige regelmaat uit de mond van collega-darters. Het is een grap, natuurlijk. Maar er zit ook een soort geloofsbelijdenis in: dat het bij de echt goeden vanzelf komt.
Nou. Gelukkig hoor ik niet in de categorie talentlozen. Maar heel veel van dat aangeboren goedje heb ik nu ook weer niet. En juist omdat ik geen natuurtalent ben, juist omdat ik voor hetzelfde resultaat meer werk moet verzetten dan zij, wil ik die wolfraam werpspiesjes zo vaak mogelijk in het canvas smijten. Ook in de vakantie. Júist in de vakantie.
Elke zomerpijl telt dubbel
Al jaren merk ik dat ik na de zomer een klein stapje heb gemaakt. Aan het begin van mijn dartavontuur ging dat hard — als je het in een grafiek zou zetten, zag je een steile, snel stijgende lijn. Inmiddels is die lijn afgevlakt tot een curve die net niet plat is. En zoom je in, dan kom je een hele reeks plateaus tegen.
Maar wie het kleine niet eert. Vele kleine stapjes maken bij elkaar toch een grote reis.
En er is nog iets. Elke pijl die ik in het laagseizoen gooi en mijn toekomstige tegenstander niet, telt een soort van dubbel. Het is precies als een wedstrijd tegen je directe concurrent: elk punt dat jij pakt, is er ook eentje die hij níet pakt. De zomer is voor mij dus bij uitstek de periode om een inhaalslag te maken op de betere darters die hun pijlen twee maanden in de koffer laten liggen.
Normaal gesproken dan.
Dit jaar ging het anders
Wij verbouwen. Behoorlijk fors. En daar kwamen ook nog eens vervelende privéperikelen in de familie overheen. Het resultaat: ik heb in de hele vakantieperiode bijna geen pijl aangeraakt.
Deels omdat ik het gevoel had dat er simpelweg geen tijd was. Deels omdat ik na een dag fysiek klussen ’s avonds geen puf meer had. En deels om een reden die ik zelf ook nogal komisch vind: op de momenten dat ik wél zin had, stond mijn hal zo vol installatie- en klusmateriaal dat mijn dartbaan letterlijk onbereikbaar was.
Maar goed, dacht ik. Dan haal ik het in op vakantie.
Operatie Vakantiebaan
We gaan al jaren naar de Achterhoek. Stacaravan, vaste voortent. Ik nam mijn Unicorn On Tour mee, zo’n dartbord dat je zonder boren aan een deur hangt — ideaal als je je borg wilt houden, minder ideaal als je het bord op de juiste hoogte wilt krijgen. En vooral: daar wilt hóuden.
Dus besloot ik het groter aan te pakken. Er was een aanhanger mee, dus bestelde ik een echte dartstandaard en een dartmat met ingebouwde oche, af te halen bij de receptie. Na een paar dagen kwam het pakket binnen. Ik sjouwde het halve kampeerterrein over, bouwde alles op, en stond klaar.
En toen begon het echte toernooi.
Ronde 1: de wind. Buiten gooien is niets. De wind blijkt namelijk ook van een spelletje te houden. Blijft over: de voortent.
Ronde 2: mijn dochter. De voortent is namelijk al in gebruik. Eén van mijn drie dochters slaapt daar. Wil ik darten, dan moet a) zij opgestaan zijn en b) haar matras en het tafeltje aan de kant. En zij is tiener. Ik dacht altijd dat ík lang kon slapen, maar ik leg het glansrijk af tegen een meisje met vier keer zo weinig levensjaren op de teller. Reguliere bedtijden gelden in de vakantie natuurlijk niet, en tieners komen op een of andere manier pas in de avond — slash nacht — tot leven. Dan moet je ’s ochtends ook wel extra lang bijslapen. De ochtend: geschrapt.
Ronde 3: de zon. Vanaf een uur of twaalf is het in die voortent niet te harden. Ik had er gratis een sauna naast de stacaravan bij gekregen. Geloof me: daar gooit het niet lekker. De middag: geschrapt.
Ronde 4: de gezelligheid. Blijft over: de avond. Maar in de vakantie eet je later, moet de afwas nog, en komen de buren graag even langs voor een praatje en een bakje koffie. En omdat gezelligheid geen tijd blijkt te kennen, sneuvelden ook de meeste avonden.
De eindstand van Operatie Vakantiebaan: ik ben meer tijd kwijt geweest aan bestellen, ophalen, sjouwen, opbouwen en afbreken dan aan gooien. Laat staan aan trainen.
De rekening komt altijd
De eerste keer dat ik mocht zien wat dat waard was, was meteen groot: het Nederlands bekerkampioenschap van de Nederlandse Dartsbond. Met mijn team hadden we de beker van de Rivierenland Dartbond gepakt, dus mochten we ons meten met de bekerwinnaars van de andere bonden.
Het toernooi was eerder verplaatst vanwege de hitte, en dat gaf het een raar karakter. In plaats van het toetje van het seizoen waarin je kampioen werd, was het nu het voorafje van het nieuwe. Je speelt ineens niet tegen teams in competitieritme, maar tegen teams die nog moeten opstarten.
Vol goede moed gingen we erin. Samen met Terry Lenting, Frank Hoelen en Niels van Zanten mocht ik de eer van de RDB hoog houden. Na een nipt verlies in de eerste wedstrijd werden we er in de tweede afgegooid. En waar ik normaal een vrij vaste pilaar in dat team ben, was ik dit keer eerlijk gezegd meer een last dan een lust.
Dat gaf een bittere nasmaak. Verliezen vind ik namelijk niet erg — een verlies is pas een verlies als je er niets van leert. Maar dit keer moest mijn team het leergeld mee betalen. Dat zit anders.
Schrale troost: we waren vroeg thuis en de zon scheen. Ik heb nog lekker in de tuin gezeten.
De omslag zit in de koffiepauze
De dag erna heb ik mijn halletje leeggeruimd. Verbouwingsspullen ergens anders neergezet, dartbaan weer bereikbaar. En ik veranderde mijn aanpak: niet meer wachten op dat ene grote trainingsblok, maar kleine momentjes pakken. Koffiepauze? Bij de baan. Even vijf minuten? Paar pijlen.
Dat ging prima, tot de warmtepomp geïnstalleerd moest worden. Het installatieteam had precies díe hal nodig. En ik herkende het patroon meteen van de camping: als ik moet wachten tot de ruimte vrij is, komt het er niet van.
Dus hing ik gewoon een tweede bord op. Ik woon in een deels verbouwde boerderij, en naast mijn slaapkamer is nog een grote ruimte vol bouwmateriaal, verf, zooi, een voorraad van mijn eigen dartboek en een wand met gereedschap. Aan die gereedschapswand hangt nu een dartbord. Dartscoach Rik Gruithuizen van dartscoaching.nl had een aantal oefeningen uitgewerkt, dus elk los momentje kreeg een doel. Best leuk. En goed om te doen.
Open Duiven Darts
Toen kwam de test. Mijn teamgenoot, coachee en maatje Marc Vleghert had samen met zijn vader Alex, Joost Gerritsen en Mathew Tijssen een groot toernooi georganiseerd, gewoon bij mij in de buurt. Daar wilde ik zijn.
De dagen ervoor gooide ik weinig. Mijn schoonvader was die vrijdag in een coma geraakt, en dan is darten niet het eerste waar je aan denkt: je pijlen blijven in het hoesje liggen, in de auto op het parkeerdek van het ziekenhuis. Toen hij wonder boven wonder bijkwam en zaterdag buiten levensgevaar bleek, kon ik eindelijk een redelijke nacht slapen.
Ik gooide thuis alvast wat in en wilde een uurtje voor aanvang aanwezig zijn. Ik woon aan de andere kant van de Nederrijn, dus ging ik op de fiets, met het pontje. Het Looveer bracht me netjes over, daarna een rustige fietstocht naar het Remigiusplein, een flesje versgeperst banaan-sinaasappelsap bij de Lidl en nog snel een telefoontje voor het Amateur Darts Circuit. Werk eerst, dan pijlen.
Ik parkeerde mijn fiets vervolgens keurig fout, pal voor de locatie, en werd begroet door Marc — die net een luchtje schepte en me vriendelijk uitlegde dat de fiets aan de overkant hoorde. Toen mijn ijzeren ros eenmaal tussen zijn soortgenoten stond, mocht ik voor de tweede keer op weg naar binnen.
En wat er stond, was mooi. Eerste verdieping, bereikbaar per trap, roltrap én lift. Een fraai zaaltje met podium, banen zat, allemaal met tablets en DartConnect, een groot scherm. Zelfs Bas Engelen van Premium Darts Shop was er — geen verrassing voor een trouw luisteraar van Dartpraat, de podcast die hij samen met Jeffrey Noeken maakt, inmiddels voor de derde keer vanuit zijn eigen dartshop. Na de nodige vuistjes, omhelzingen en hoe-is-het-rituelen kon ik gaan ingooien.
Eén ster
Het toernooi zat in mijn eigen achtertuin, dus ik kende zo’n 85 procent van de 162 deelnemers: RDB, ADO, ADC. Maar er liepen ook een paar brooddarters rond. Echte Nederlandse profs, actief binnen de PDC.
De organisatie had vooraf een titelfavorietenlijst gemaakt, compleet met sterren. Het zal je niet verbazen wie de meeste kregen: Jimmy van Schie, Alexander Merkx en Wesley Plaisier, drie sterren. Grote kans dat de winnaar daaruit zou komen — en net zo grote kans dat ze elkaar onderweg zouden treffen. Dat gebeurde ook: Jimmy moest Wesley bij de laatste 32 als winnaar erkennen. Daar strandde ook Alexander.
En toen bleek dat de organisatie ook mij een ster had gegeven. Samen met oud-PDC’er Owen Roelofs, Wesley Hurrebrink, Jelle Will, Tonny Veenhof, Mathijs Zantingh en Mark Tabak. Van dat rijtje haalden Mark en ondergetekende de laatste 32.
Mijn toernooi begon overigens ronduit slecht. Eerste partij, poulefase, tegen Fabian de Groot: vijf bouncers aan mijn kant, een uitstekend spelende Fabian aan de andere. Geen schijn van kans. Hij werd eerste in de poule (en gooide later ook Mark eruit), ik kwam er als tweede doorheen en belandde in de winnaarsronde.
Daar ging het kantelen. Na een wedstrijd tegen Sven Fransen trof ik mijn eerste tweesterrendarter: de altijd gezellige oud-jeugdwereldkampioen Jerry Hendriks. Die had bijna een 170-finish staan om er 2-2 van te maken. Hij miste de bull, en ik pakte de leg met een 28-darter. Klein detail dat ik er zelf maar even bij vertel: na vijftien darts stond ik op 32. Pffffff.
Daarna een driesterrendarter: Alexander Merkx, met wie ik vlak daarvoor nog gezellig had staan ingooien. Het werd mijn beste pot van de dag. Vooral mijn eerste pijl vond de triple, en ik gooide al mijn legs binnen de achttien darts uit. De eerste leg brak ik in zeventien, en dat bleek uiteindelijk het verschil. Alexander won zijn legs in 17, 17 en 14. Ik produceerde 17, 18, 16 en 16 — onder het toeziend oog van herenbondscoach Ray de Vries. Door.
Vervolgens stond ik te wachten op Pedro van Bergen, hoofdklasse-Superleaguespeler, die eerst nog even iets aan zijn nicotinepeil wilde doen voor hij zijn pijlen liet spreken. Het niveau was aan beide kanten niet best en Pedro had duidelijk last van zijn schouder. Ik trok hem over de streep. Daarna won ik ook van Jan Geven, en stond ik in de halve finale.
Daar wachtte Javanico Jansen. En Java gaf me een lesje effectiviteit. Ik miste in de openingsleg een 15-darter, hij gooide een nette 106-finish. Tweede leg: 80-finish in achttien darts. Daarna hielden we allebei onze eigen leg, en in leg vijf miste ik vier pijlen op een dubbel. Dat was het. 5-1. De eensterrendarter moest de tweesterrendarter voor laten gaan. En Javanico moest in de finale zelf zijn hoofd buigen voor Wesley Plaisier, die zijn drie sterren dus gewoon waarmaakte.
Wat blijft er over
Derde plek. Negen wedstrijden, een overall gemiddelde van 76, en onderweg gewonnen van drie topspelers. Zeven sterren bij elkaar gegooid, als eensterrenoutsider. Haha.
Dat ik daar zo tevreden mee ben, komt niet alleen door het resultaat. Het komt vooral doordat ik precies weet hoe weinig ik deze zomer heb kunnen gooien. Misschien was die slechte prestatie op het bekerkampioenschap wel de wake-upcall die ik nodig had. En misschien pluk ik nu gewoon de vruchten van die kleine dartmomentjes — de koffiepauze bij de baan, het bord aan de gereedschapswand, één oefening tussendoor.
Want dat is denk ik de echte les van deze zomer. Ik ging de vakantie in met een plan voor grote trainingsblokken en kwam er zonder uit. Het werkte pas toen ik stopte met wachten op de perfecte omstandigheden en begon met de imperfecte momenten. Vijf minuten aan een gereedschapswand tellen. En ja, die tellen ook een soort van dubbel.
Trainen is voor talentlozen? Prima. Dan ben ik een talentloze met een derde plek.
Wat mij betreft mag het seizoen beginnen.
Benieuwd wat het gaat brengen.
